Geschiedenis November Romeo

Van Amsterdams informatiebulletin tot officieel defensie magazine

NOVEMBER ROMEO
Saamhorigheid bevorderen, de korpsgeest versterken en geïnteresseerden informeren: het zijn ambities die tijdloos zijn. In 1993 startte November Romeo als korpsmagazine voor het Korps Nationale Reserve en groeide het uit tot een magazine voor alle reservisten van de Koninklijke Landmacht. Na 33 jaar blijft de formule stevig staan: een informatieplatform voor en door reservisten. Minder bekend is dat de wieg van dit magazine stond bij het PMC Noord-Holland, waar enkele enthousiaste Natres-militairen vanaf het eerste uur nauw betrokken waren.


Van Landstormblad tot e-magazine

Het idee om reservisten te informeren is geen moderne uitvinding. Al in de jaren ’20 van de vorige eeuw leefde deze gedachte bij de Vrijwillige Landstorm. Landstormers verlangden naar een eigen orgaan waarin mededelingen van de hoofdcommissie werden gepubliceerd en men op de hoogte bleef van landelijke ontwikkelingen. Op initiatief van verschillende rayons verschenen al enkele lokale tijdschriften.

In maart 1924 zag het landelijke Landstormblad het levenslicht, met het onderschrift: “Orgaan ten behoeve van de Bijzondere Vrijwillige Landstorm, instituut tot steun van het Wettig Gezag.” Met ‘schaar en lijmpot’ werd het blad maand na maand gevuld en gesubsidieerd door de Nationale Commissie van de Bijzondere Vrijwillige Landstorm. Het blad vond een groot publiek: binnen korte tijd werden meer dan 25.000 abonnementen afgesloten. Het laatste nummer verscheen in augustus 1940, onder Duitse bezetting, met de trieste mededeling: “Verschijnt na dit nummer niet meer.”

Regionale periodieken

Vlak na de oprichting van de Nationale Reserve in 1948 ontstond debehoefte aan een eigen publicatie waarin, naast officiële mededelingen, het wel en wee van de eenheden werd vastgelegd. Al snel namen enthousiaste vrijwilligers op regionaal en pelotonsniveau het initiatief om nieuwsbrieven en periodieken uit te geven, vaak in hun eigen tijd en met eigen middelen. Een landelijk orgaan kwam echter lange tijd niet van de grond. Dat veranderde in 1986, toen enkele Natres-leden van het PMC Noord-Holland het periodiek November Hotel oprichtten. De redactieleden van het eerste uur waren Peter de Leeuw, Jan Christiaanse, Corne Melissen, Erik Dirksen, Jan de Waard, Fred Warmer en namens het PMC Noord- Holland, Sm Jan Geitz. Zij waren ervan overtuigd dat een landelijk blad essentieel was voor de saamhorigheid binnen de Nationale Reserve en dat het de interne én externe communicatie aanzienlijk zou verbeteren.Bovendien zou een eigen korpsuitgave een positief effect hebben op werving en imago. Corne Melissen stelde snel een businessplan op waarmee hij zowel korpscommandant Lkol Moolenaar als de Nationaal Commandant, generaal-majoor Dijcks, wist te overtuigen van het nut én de noodzaak van een landelijk blad voor de Nationale Reserve.

Startfase November Romeo

Na de nodige hindernissen verscheen in februari 1993 het eerste nummer van November Romeo. Omdat de Landmacht het korpsblad nog niet wilde inbedden in de bestaande bladenstructuur, werd de uitgave ondergebracht bij de Stichting November Romeo. Een kleine kernredactie, bestaande uit Fred Warmer, Corné Melissen, Erik Dirksen en later Marcel Parson, produceerde het blad met eigen middelen. De eerste nummers leidden tot
discussie. Sommige collega-militairen vonden het krijgshaftige beeldmateriaal te agressief en vonden dat de foto’s een verkeerd beeld van de reservisten gaven; in werkelijkheid waren het rustige, serieuze en vredelievende personen. De redactie nam de kritiek serieus en wist het blad om te vormen tot een gewaardeerd tijdschrift. De redactionele werkzaamheden werden uitgevoerd naast de reguliere functies, waarmee een nieuw fenomeen ontstond: de ‘militaire verslaggevers’ van het Korps Nationale Reserve. Aanvankelijk werden deze ‘reporters’ intern met argusogen bekeken, soms welkom geheten en soms de toegang geweigerd. In 1994 werd het Korpsbureau Nationale Reserve uitgebreid met functies om de redactie een vaste plek te geven, en daarmee werd ook de sectie Communicatie van het Korps Nationale Reserve geboren.

Het periodiek voor reservisten, oud-vrijwilligers van de Oud Vrijwilligers Vereniging en aspirant-leden sloeg direct aan. Later werd November Romeo erkend als één van de officiële publicaties van de Landmacht. Toch bleven er uitdagingen. Door meerdere reorganisaties binnen de Landmacht, onbegrip over de positie van de reservist en interne weerstand, werden de communicanten tijdelijk overgeplaatst naar de sectie Communicatie van het toenmalige NATCO. Binnen een week leek het korpsblad ter ziele: het paste niet in de bladenstructuur en de kosten waren niet meer verantwoord. Na een jaar zonder korpsinformatie besefte de korpsleiding dat dit een verkeerde beslissing was. Het toenmalige magazine De Legerkoerier weigerde artikelen over het Korps te publiceren, waardoor de noodzaak van een eigen uitgave duidelijk werd.

Van druk naar digitaal

Hoewel het Korpsblad nu verschijnt als modern e-magazine, is er in de kern weinig veranderd sinds het eerste nummer in 1993. Sinds 2017 is November Romeo omgevormd tot een e-magazine voor alle reservisten van de Koninklijke Landmacht. De inhoud biedt een breed palet aan verhalen en foto’s van reservisten die op diverse vakgebieden actief zijn, en sluit naadloos aan bij de saamhorigheid, korpsgeest, behoefte aan informatie en trots van alle reservisten.

Dat November Romeo inmiddels 33 jaargangen heeft doorlopen mag een prestatie heten. Het blad heeft meerdere malen op sterven na dood gelegen door bezuinigingen, maar dankzij een geslaagde ‘reanimatie’ aan het begin van de 21ste eeuw werd het een vaste waarde tussen de Defensietitels. Vandaag de dag is het digitale korpsblad een onmisbaar communicatiemiddel voor het KorpsNationale Reserve en alle landmachtreservisten anno 2026. Wezenlijk is er echter niets veranderd sinds 1924, bij de oprichting van het Landstormblad: ook toen bleek een periodiek onontbeerlijk voor de saamhorigheid en verbondenheid van de vrijwilligers. De functie en waarde van een eigen orgaan voor de reservist is dus bijna een eeuw lang onveranderd gebleven.